Evenredigheidstoets

Bestuursrechters zouden de evenredigheid van bestuurlijke maatregelen moeten toetsen zoals dat in het Europese recht gebeurt.

De sluiting van (drugs)panden is bepaald geen uitzonderlijke situatie en evenmin dat de ingreep wordt voorgelegd aan de rechter, omdat de gedupeerde vindt dat hij of zij daarmee te zwaar gestraft wordt voor een vergrijp dat meestal door een ander – in het geval van drugs vaak een huurder – is gepleegd. De bestuursrechter zou hierbij de drietrapsraket uit het Europese recht moeten volgen: de maatregel eerst beoordelen op de geschiktheid voor het nagestreefde doel, dan de noodzakelijkheid (is er geen minder ingrijpende maatregel die even effectief is?) toetsen en vervolgens de maatvoering, zoals de duur van een woningsluiting of de hoogte van een dwangsom.

Link naar de uitspraak van de Raad van State